Geachte ouders/medewerkers,
 
Ongetwijfeld heeft u de afgelopen maanden veel gehoord over de Wet werk en zekerheid. Deze wet heeft tot doel om werknemers meer baanzekerheid te bieden. Dat doel begrijpen we, maar het gevolg van deze wet is dat het voor scholen moeilijk is  vervangers aan te stellen voor zieke leraren. Hieronder hebben we enkele vragen en antwoorden op een rij gezet. We hopen u hiermee meer inzicht te geven in het hoe en waarom van de problemen en de ontwikkelingen die gaande zijn.
 
Met vriendelijke groet,
 
Namens onderwijsstichting KempenKind,
Hans Derks.


Waarom de Wet werk en zekerheid een probleem is voor ons onderwijs
De Wet werk en zekerheid, wat houdt die ook alweer in?
De Wet werk en zekerheid (Wwz) is een wet die de positie van flexwerkers op de gehele arbeidsmarkt moet versterken. Dankzij deze wet hebben zij bijvoorbeeld eerder recht op een vast contract. De belangrijkste regelingen in deze wet zijn voor het primair onderwijs ingegaan op 1 juli 2016. Deze regels gelden nu alleen voor het bijzonder onderwijs en niet voor openbaar onderwijs. Verwacht wordt dat de Wwz over enkele jaren ook voor het openbaar onderwijs gaat gelden.
Waarom is de Wwz een probleem voor het primair onderwijs?
De Wwz houdt geen rekening met de specifieke situatie in het primair onderwijs.
In het primair onderwijs krijgen leraren die een reguliere baan hebben, na één of twee jaar een vast contract. Het probleem zit bij de vervanging van zieke leraren. Dat is bij uitstek tijdelijk werk.
In het primair onderwijs worden alle zieke leraren in principe vervangen, omdat de leerlingen niet naar huis kunnen worden gestuurd. De Wwz leidt echter tot problemen bij vervanging. Dat zit zo:
Om bijvoorbeeld een zieke leraar op te kunnen vangen of een leraar die bijvoorbeeld vanwege een begrafenis afwezig is, is het nodig dat scholen en hun besturen ook leraren flexibel kunnen inzetten. De 1100 schoolbesturen in het primair onderwijs moeten jaarlijks gemiddeld 340 keer een invaller regelen voor afwezige leraren. Schoolbesturen kunnen dit gedeeltelijk opvangen met vervangingspools waarin een deel van de vervangers een vast contract krijgt. De vervangers kunnen dan op verschillende scholen invallen. Maar het is niet mogelijk om alle vervangers een vaste aanstelling te geven, omdat er niet altijd werk is. Dat zou dan te veel geld kosten want er zijn ook weken dat er niet vervangen hoeft te worden.
Er zijn ook weken dat er vervangers nodig zijn, op alle scholen tegelijk. Dat is tijdens een griepgolf. Daarvoor zijn extra vervangers nodig. Volgens de huidige regels moeten deze  vervangers al een vast contract krijgen wanneer zij in drie jaar tijd zes keer één dag een zieke collega hebben vervangen. Die grens is snel gepasseerd. Dat betekent dat een schoolbestuur wel erg veel vervangers nodig heeft om aan de vervangingsvraag te voldoen.
Het gevolg van veel verschillende vervangers voor de klas is niet goed voor de kinderen. De vervangers kennen de klas niet, kennen de school niet, kennen de leerlingen niet. Vooral bij kwetsbare kinderen en in het speciaal basis- en speciaal onderwijs is dat een slechte zaak.
Het inzetten van uitzendkrachten is overigens ook geen optie. De loonkosten zouden daarmee 25 procent stijgen.
Zijn de vaste contracten het enige probleem?
Nee. Het probleem is niet alleen dat scholen en besturen niet aan alle vervangers een vast contract kúnnen bieden, ook vervangers zelf willen niet altijd meer kortdurend vervangingswerk doen. Zij vallen liever in voor een collega die met zwangerschapsverlof of ouderschapsverlof gaat. Dan zijn ze namelijk minder snel door hun maximum aantal contracten heen en dat geeft meer financiële zekerheid. 
Bieden vervangingspools geen oplossing?
Gedeeltelijk. Vervangingspools zijn binnen het PO op grote schaal ingericht (deels met vaste invalkrachten). Zij zijn dankzij de Wwz ook in omvang toegenomen. Maar bij een griepgolf bijvoorbeeld bieden ze gewoonweg te weinig soelaas.
Waarom geldt de Wwz alleen voor het bijzonder onderwijs?
De grootste delen van de Wwz gaan over het Burgerlijk Wetboek. Deze onderdelen zijn vooralsnog alleen van toepassing op het bijzonder onderwijs en niet op het openbaar onderwijs. Het openbaar onderwijs valt namelijk niet onder het Burgerlijk Wetboek maar onder het ambtenarenrecht. Hierdoor zijn er aanzienlijke verschillen in rechtspositie voor werknemers.
Dit verschil zal over enkele jaren verdwijnen omdat dan de Wet normering rechtspositie ambtenaren van kracht wordt. De Wwz geldt dan voor zowel bijzondere als openbare scholen. Daarmee is weliswaar de ongelijkheid weg, maar de vervangingsproblemen niet.
 
Biedt de CAO PO nog extra mogelijkheden?
Ten dele. Volgens de Wwz-regels moeten invalkrachten al een vast contract krijgen wanneer zij in twee jaar tijd drie keer één dag een zieke collega hebben vervangen. Dankzij afspraken in de CAO PO is dit opgerekt naar zes contracten in drie jaar. Daarnaast zijn in de CAO nieuwe contractvormen afgesproken zoals het bindingscontract en min-max-contracten. Deze maatregelen geven een school weliswaar meer lucht, maar in de praktijk hebben deze te weinig effect om de problemen helemaal op te lossen. Bij onderwijsstichting KempenKind zijn een aantal nieuwe medewerkers met een min/max contract benoemd in een interne flexibele schil.
Welke oplossingen zijn er voor de knelpunten van de Wwz?
Onderwijsstichting KempenKind is van mening dat een goede werkgever moet zorgen voor zoveel mogelijk zekerheid voor zijn medewerkers. We staan dan in principe ook achter de uitgangspunten van de Wwz. Dat kan echter alleen binnen de kaders van een financieel gezonde organisatie, de inzet van vervangers brengt ook –door de CAO- hogere kosten met zich mee. De Wwz zou meer rekening moeten houden met de situatie in het primair onderwijs. Dit kan niet alleen via een nieuwe cao worden geregeld. Wij vinden dan ook dat er een uitzondering in de Wwz moet komen voor het primair onderwijs, zoals ook het geval is voor profvoetballers en seizoenswerkers.
 
Als de oplossing voorhanden is, waarom ís de Wwz nog niet aangepast?
De PO-Raad dringt er al jaren namens scholen en besturen bij de Tweede Kamer en minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) op aan de wet aan te passen. Asscher heeft echter steeds aangegeven dat hij niet van plan is de wet wijzigen.
De Tweede Kamer wil nu dat er een verkenner wordt aangesteld die de knelpunten van de Wwz voor het primair onderwijs gaat inventariseren. De verkenner heeft de opdracht gekregen bínnen de wet te zoeken naar oplossingen. Het is zeer onwaarschijnlijk dat er op die manier op korte termijn iets aan de wet verandert.
Op het moment dat er geen invalleerkracht beschikbaar is moeten scholen op zoek naar een noodscenario: daarbij worden diverse oplossingen gezocht maar dit gaat ten koste van de kwaliteit van het onderwijs en de werkdruk van onze medewerkers. Alle reden om onze zorg hierover kenbaar te maken.